Mijnbouwplein 11

intro
informatie
projectomschrijving
foto's (24)

programma: 99 studenteneenheden en 3 bedrijfsruimtes
plaats: Delft
opdrachtgever: DUWO
BVO: 10.000 m2
opdracht: december 2005
start bouw: zomer 2007
oplevering: januari 2009
projectarchitect: Sandra Burggraaf
projectteam: Miel Karthaus
Arjan Bakker
projectpagina: link

Iedereen die in Delft gestudeerd heeft kent het gebouw op het Mijnbouwplein aan de voet van de Sebastiaansbrug in het oudste gedeelte van de TU wijk. Nu de Universiteit zich meer naar het noorden uitbreidt en moderniseert wordt dit stadsdeel nu grondig herbestemd voor wonen en werken.
In dit gebouw uit 1930 van de Rijksarchitecten Drecht, W.F.L. van Leeuwen en J.G. Robbers zullen de oude studie en laboratoriumzalen plaats bieden aan 99 wooneenheden voor studenten en 3 bedrijfsruimten. De grote hoogte van de zalen in combinatie met de raamverdeling stelt ons in staat een soort mini-lofts te maken: smalle ruimten over een dubbele hoogte met entresol.

Het gebouw is een vroeg voorbeeld van betontechniek. Met name aan de binnenhof gevel is te zien dat de betonnen vloeren als aangestortte dragende lateien in het metselwerk van de gevel zeer grote -moderne- daglichtopeningen mogelijk maakt. Ook is hier te zien dat deze nog niet uitontwikkelde techniek de temperatuurverschillen tussen binnen en buiten niet kan opvangen.
De scheuren in het metselwerk zijn dan ook exemplarisch en zullen worden geconsolideerd.

>>mijnbouwplein   Net over de Sebastiaansbrug in Delft, staat het Laboratorium voor Technische Physica, ontworpen in 1917 en opgeleverd in 1930. Het is onderdeel van het noordelijk TU gebied, aangelegd in de Wippolder in de jaren '30.   Het gebouw, bestaande uit drie bouwdelen, wordt ontsloten door 2 gangen die vertrekken vanuit het centrale trappenhuis. Het herbergde naast practicaruimtes, werkplaatsen en werkkamers, een bibliotheek, prepareerkamer en collegezaal.   Het rijk gedecoreerde trappenhuis is heel ruim opgezet en geeft een monumentaal gevoel. In de vierkante vide gevormd door trappen en bordessen hing vroeger de slinger van Foucault, als ode aan de physica.       Vanuit het centrale trappenhuis vertrekken de ontsluitingsgangen, hierdoor krijg je bij binnenkomst direct overzicht over het gehele gebouw.   Deze ruimte grenst aan de collegezaal en diende om proeven voor te bereiden die in de collegezaal werden getoond. De ruimte is nog geheel intact.   Het gebouw is een voorbeeld van een vroege betonconstructie. Hiermee werd een ‘moderne’ vliesgevel gemaakt, waardoor het mogelijk was om hele grote raamopeningen te maken.   Veel oorspronkelijke ruimtes zijn groot, maar zijn vrijwel altijd opgebouwd uit een kleinere traveemaat die samenvalt met de constructiemaat en de raamverdeling. Door deze basismaat aan te houden, kunnen we dicht bij de oorspronkelijke gebouwstructuur blijven.   De bestaande gangen zijn onderdeel van de hoofdstructuur en vormen uitgangspunt voor de herindeling. De lichtinval is daarbij erg belangrijk, je loopt als het ware altijd naar het licht toe. Ook in de nieuwe gangdelen als aanvulling op de bestaande, blijft dit principe gehandhaafd.   De traveemaat is de basis geweest voor de herindeling tot studentenwoningen. Dit levert vooral in de hoeken erg grote woningen op. Hier zijn tweepersoonswoningen geïntroduceerd, zodat de overhoekse zichtassen vanuit de woning nog steeds ervaren kunnen worden.   Alle ruimtes zijn vijf meter hoog, dit met als doel om het licht diep in de werkruimtes te kunnen laten vallen. De hoogte is een belangrijk structuurelement en vormt dan ook de basis voor de woningindeling. De hoogte wordt door de ingehangen entresols extra ervaren.   Het gebouw wordt verdeeld in eenheden op basis van de traveemaat met behoud van verdiepingshoogte. Om genoeg eenheden te kunnen creëeren, worden nu ook de kappen in gebruik genomen. Spanten en gordingen blijven in het zicht door de wanden naast de spanten te plaatsen.   Eenpersoonswoningen (groen en geel) en tweepersoonswoningen (blauw) verdeeld volgens de basismaat. Om een aantal grote ruimtes te kunnen handhaven en om meer levendigheid te creëeren, worden er ook drie bedrijfsruimes boven elkaar geintroduceerd (roze).   Het centrale trappenhuis ontsluit de drie bedrijfsruimtes, waarvan er én in de Collegezaal is gesitueerd. Naast de collegezaal wordt de prepareerkamer (blauw) in zijn geheel gebruikt als woning, met behoud van inrichting.   In het lage lange bouwdeel worden én- en tweepersoons eenheden ontsloten. In het grijs zijn de aanzichten te zien van de badcellen, entresols en schachten die zoveel mogelijk losgehouden zijn van de wanden.       Om de hoogte van de ruimte te kunnen ervaren en de diepte in de woning te breken, is de ingehangen entresol losgehouden van de achterwand. De schacht is eveneens vrijgehouden van de wanden, waardoor het een los element wordt in de ruimte.   Eénpersoonwoning en tweepersoonswoning boven elkaar gesitueerd aan de gang.    Deze woningen zijn gesitueerd op de eerste verdieping met een brede traveemaat, waardoor tweepersoonswoningen zijn ontstaan achter grote ramen. Een deel van deze woningen heeft een extra kamer die als erker de gang insteekt en via de gangramen een blik biedt naar buiten   Beeld van de gang op de eerste verdieping waar de erkers door de gangwand heensteken   Met een kraan is uitvoerig onderzoek gedaan naar de staat van de kozijnen   Helaas werden veel rotte onderdelen gevonden     Het gebouw heeft een vroege betonconstructie. De handgemaakte bekisting is zichtbaar als een planken afdruk in het gestortte beton van de vloeren en wanden.     Een oorspronkelijke deur met de oorspronkelijke kleuren is vanachter een voorzetwandvandaan gekomen.